|
The Kenya after party
Voor de echte die hards zijn hier nog wat foto's en dan komt er toch echt een olifant met een hele lange snuit .....
Laat zien die prenten!
7:32 PM
____________________
Gillende Berrie Berries
Woensdag, 5 maart 2003
Vanuit het enorm meevallende Nairobi zijn we met z'n drietjes - Ellen gaat Paul van me overnemen - naar het Masai Mara park getogen voor de ultieme Safari experience. De aanloop was echter verre van ideaal. De dag voor vertrek moest ik nog met koorts en maagkrampen bedhouden. "Was het dat ene verkeerde visje of was ik toch nog bezweken aan de gillende berrie berries?", vroeg ik me af en woorden als totale deceptie en anticlimax schoten door mijn hoofd. Gelukkig zette het herstel spoedig in en kon de volgende dag ietwat zwakjes de reis worden aanvaard
Masai Mara en Serengeti vormen samen een enorm natuurpark op de grens van Kenia en Tanzania. Zo'n beetje alle wilde beesten die je je voorstelt bij Afrika kun je in deze savanne redelijk eenvoudig spotten. Op maandag hadden we twee ritten (game drives) van in totaal zo'n vier uur. Hierna werd er overnacht in een zeer luxueus tentenkamp - wisten wij veel - met adembenemend uitzicht op de Talek rivier. Onder het mom van "een game drive in de morgen, is een dag zonder zorgen" begonnen we de dinsdag. Het beeld dat ik van de leeuw had - de koning van het dierenrijk - heb ik na deze ritten toch wel iets bij moeten stellen. Ik heb het beest eigenlijk alleen maar zien uitpenzen in de schaduw. Wat overigens een goed Afrikaans gebruik is. De meeste indruk maakten echter de ranke cheetahs met hun gespierde lichamen en lange, dunne poten. De manier waarop ze een gazelle verslinden is van ongekende schoonheid en ontroerde ons diep.

Tot onze grote verbazing was het niet druk in het park, maar dat was het op maandag eigenlijk nooit volgens onze gids. Paul dacht dat het feit dat de Duitsers geen zondag hadden hierbij ook een belangrijke rol speelde. Op de terugweg kwamen we een lange bonte stoet - het was immers carnaval - safaribusjes tegen. De de tip voor mensen die op safari willen luidt dus: ga op maandag, maar controleer voor de zekerheid wel even of de Duitsers geen zondag hebben. Terug in Nairobi werden we afgezet bij restaurant The Carnivore, waar je al dat schattige wild uit het park op je bord kunt krijgen. Met zijn drietjes moesten we genoegen nemen met een kilo gemengd vlees, bestaande uit o.a.: krokodil, zebra en struisvogel. Een uitstekende maaltijd om mijn verblijf in Kenia af te sluiten en de vastenperiode in te luiden. Amen.

9:49 AM
____________________
Willy en de Walvishaai
Donderdag, 27 februari 2003
Vorige week streken we neer aan de Keniase kust. Via Lamu, Malindi, Watamu zijn we inmiddels aangekomen in het snikhete Mombasa. Lamu is een authentiek Swahili stadje gehuld in een mystieke Arabische sluier. De straatjes zijn er zo smal dat autoverkeer onmogelijk is. Voor transport is de bevolking aangewezen op ezels - het stikt er van - en de tradionele dhows (bootjes). Allah's wil is hier nog altijd wet, waardoor alcohol moeilijk te verkrijgen is, doch niet onmogelijk.
Malindi is - zoals reeds opgemerkt - het Benidorm van Kenia. Het is ons echter toch nog gelukt om die ene ranzige Afrikaanse bar te vinden voor het betere nachtschuimwerk, compleet met karrenvrachten lelijke hoeren en zwaaiende pistolen. Ongeveer 20 kilometer onder Malindi ligt Watamu; een slaperig vissersplaatsje met uitgestrekte palmenstranden van zilverzand. Het toerisme lijkt hier nog niet erg van de grond te komen. Op de gebruikelijke Italiaanse en Duitse sextoerist na was het vrij rustig. Een persoonlijk hoogtepunt hier was wel een close encounter met een ongevaarlijke walvishaai. Het beestje van zo'n drieënhalve meter, het betrof namelijk nog een jonkie, zwom op een goede meter onder een energiek snorkelende Willy door. Bijzonder indrukwekkend.
Inmiddels zijn we dus aangekomen in Mombasa en hebben ons gevestigd in een hotel waar het schier onmogelijk is om op volle snelheid met een auto vol explosieven naar binnen te rijden. Het zweet gutst enthousiast uit alle mogelijke poriën. Het zullen voorlopig mijn laatste zweetdruppels zijn, want mijn laatste week Afrika is ingegaan. Al die kokosstranden, tropische vissen, mystieke stadjes en goedkope prostituees (grapje, ma!) gaan je op een gegeven moment ook wel de keel uit hangen. Ik ga me opmaken voor de Grande Finale in het Masai Mara park.
2:41 PM
____________________
Lam in Lamu
Vrijdag, 21 februari 2003
We zijn net terug van het eiland Lamu aan de noordoostkust van Kenia. Het gelijknamig plaatsje is een authentiek Swahili stadje met veel Arabische invloeden. Vandaag zijn we neergestreken in Malindi, een soort Benidorm met erg veel blanken. Morgen gaan we verder naar Watamu, waar wat duikactiviteiten op het programma staan. Voor de rest is het veel te warm om iets zinnig te plaatsen. Derhalve, later meer.
2:27 PM
____________________
Anton van Hooff in Lake Nakuru
Woensdag, 12 februari 2003
Afgelopen weekend stond er een bezoek aan het zoutwatermeer van Nakuru op het program. Nakuru ligt op de weg naar Nairobi, op zo’n 210 km van Kisumu. Vlak onder de stad begint het natuurpark Lake Nakuru. Onderweg verandert het landschap snel. De omgeving van Kisumu is kaal, dor en druk bevolkt. Naarmate je richting Kericho (de stad van thee) trekt, wordt het landschap groener en vriendelijker. In de glooiende heuvels waan je je soms bijna in de Ardennen: de wegen zijn even beroerd, er valt een klein spatje regen en overal langs de weg staan fruitstalletjes. Goed, ze verkopen er geen kersen, maar tropisch fruit. Hoe dan ook: de overeenkomsten zijn werkelijk navenant. Eigenlijk is het grootste verschil dat hier veel meer negers zijn, maar daar wordt dan wel weer veel minder over geklaagd.
Lake Nakuru is een prachtig natuurpark rondom een meer dat roze kleurt door de vele flamingo’s (Phoeniconaias Minor). Het deed me denken aan de eerste zomerse dag in Zandvoort, wanneer roodverbrande mensen zich verdringen om met blote voeten in de branding te kunnen slenteren. Naast deze indrukwekkende plas bestaat het park ook nog uit acaziabos, rotskliffen met “stunning views” en savanne. Als ik aan de laatste habitat denkt zie ik in gedachte de kop van Anton van Hooff en hoor ik zijn stem: “Een nieuwe dag breekt aan in de savanne van Oost Afrika. Zo op het oog ziet alles er vreedzaam uit, maar niets is minder waar. Het gevaar ligt namelijk altijd op de loer. Elke onachtzaamheid wordt genadeloos afgestraft volgens de wetten der natuur.” 
Voorts kan de lijst met gespotte dieren uitgebreid worden met: Thomson Gazelle, Impala, Gevlekte Hyena, Zebra, Rothschild Giraf, Waterbuffel en de Neushoorn (zwart en wit). Ook kan er een miniscuul klein vinkje achter de leeuw, want we zagen slechts de staart en een stukje van zijn kop. Belangrijkste nieuws van het vogelfront: Kuifarend, Visarend, Secretarisvogel en de weinig intelligente Toelepetate (Numida Meleagris). 
9:08 AM
____________________
Ara(bar)bier

1:35 PM
____________________
Zeker en vast
Maandag, 3 februari 2003
"Komen jullie morgen weer?", vroeg onlangs een vriendelijke barman vanuit zijn zwaar betraliede kooi. We hadden net onze acute dorst gelest met een paar biertjes en stonden op het punt te vertrekken. Met een kort, maar krachtig "zeker", antwoordden we de goede man en liepen glimlachend naar buiten.
Zeker is een mooi woord. Het staat net als misschien hoog op mijn lijst met favoriete uitdrukkingen. Het mooie van deze twee woorden is dat hun betekenis volledig verandert als ze met een glimlach worden uitgesproken. Misschien wordt dan zeker niet en zeker transformeert in een hoogst onwaarschijnlijke misschien. Kortom, deze woorden zijn een uitermate vriendelijke manier om nee te zeggen of om een belangrijke slag om de arm te houden.
Needless to say: onze drukke agenda's - ja, we zijn immers de hele dag in touw - verhinderden inderdaad een bezoek de volgende dag. Maar de barman had de boodschap zeker al begrepen. Vergeef me overigens dit geraaskal, het is nogal heet hier.
1:04 PM
____________________
Exotisch Oeganda
Woensdag, 29 januari 2003
Waarschijnlijk is de Centraal Afrikaanse Republiek (CAF) wel het meest onbekende land ter wereld. Gesprekken over dit onderwerp sterven meestal een wiegedood. Vaak is het niet veel beter gesteld met Oeganda. Veel verder dan Idi Amin en Gorillas in the mist komen de meeste mensen niet. Toch oefende Oeganda - in tegenstelling tot CAF - een exotische aantrekkingskracht op ons uit en zo trokken we donker Afrika in. Vanaf Kisumu bleek er dagelijks een uitermate comfortable bus naar Kampala te vertrekken, dus geen gedoe met kippen, geiten of incontinente bejaarden aan boord. De naam Oeganda is overigens op een nogal sullige manier ontstaan. Het land zou eigenlijk Buganda moeten heten, afgeleid van het gelijknamige konkinkrijk. Maar door toedoen van een waarschijnlijk zatte Engelse ambtenaar met een spraakgebrek is de naam foutief als Uganda in de boeken gekomen.
Wie denkt dat Oeganda gelijk staat aan een zwaar getraumatiseerde bevolking levend op de smeulende puinhopen van de jarenlange burgeroorlogen, komt bedrogen uit. De mensen zijn hier uitermate vriendelijk en hebben de handen uit de mouw gestoken om alles weer op te bouwen. Als resultaat laat het land al jaren de hoogste economische groeicijfers zien en is Kampala zich aan het ontwikkelen als een moderne, bruisende stad met luxueuze hotels, statige kantoorpanden en in het centrum op elke hoek een pinautomaat (helaas niet geschikt voor de Rabocard). Overigens, naar goed Afrikaans gebruik, heeft de stad ook sloppenwijken waar je U tegen zegt.
Het stappen in Kampala is waanzinnig. Je hebt er fantastische kroegen die klaarblijkelijk geen sluitingstijden kennen. De slogan: "Overal gewaardeerd, dansen bij Witjes (what's in a name) geleerd" doet ook hier opgeld. Helaas zijn de katers in Oeganda ook meedogenloos en kennen geen enkele genade. Op de terugweg naar Kenia brengen we nog een bezoek aan de grootste brouwerij in het land, Nile breweries, waar ze een uitstekend pilsner maken onder de naam Nile Special Lager. De brouwerij staat in het plaatsje Jinja, de bron van de Nijl. Het schijnt, overigens, dat je hier ook heel goed kunt raften...
2:56 PM
____________________
Sleur
Vrijdag, 24 januari 2003
Links van mij hangt een wit bruine IJsvogel vlak boven het water, net voorbij de verdedingslinie van de waterhyacint. Het beestje tuurt geduldig naar beneden, op zoek naar het laatste visje voor het avondmaal. Ik neem een slokje van mijn Tusker en draai mijn hoofd naar rechts. Een Nijlpaard komt even met zijn hoofd boven om te kijken of er nog iets te beleven valt. Hij houdt het snel voor gezien en verdwijnt weer met een plons onder het wateroppervlak. Er waait een vriendelijk briesje over het meer. Het laat de bladeren van de palmboom speels ritselen. De enige die haast lijkt te hebben is de zon, die in rap tempo achter Ndere Island verdwijnt. Ik neem nog een slokje en zucht. Zo gaat dat nou iedere dag hier. Om de dagelijkse sleur te verbreken gaan we dit weekend maar eens de bloemetjes buiten zetten in Kampala, Oeganda.

8:26 AM
____________________
Mount Elgon en Marburg
Maandag, 20 januari
Wat doe je zo in het weekend in Kenia? Juist, dan ga je op safari! Het woord safari komt uit het Kiswahili en betekent reis. Samen met Dipesh (de zoon van de Pabari's) en an American guy called Bob gaan we met een vierwielaangedreven Mitsubishi Pajero naar het natuurreservaat Mount Elgon, op de grens van Kenia en Oeganda. De naam Elgon is afgeleid van de Masai die de berg Ol Doinyo Ilgoon noemen. Wat zoveel betekent als borstberg. Helaas geen venusheuvel, maar dit klinkt ook goed. Het hoogste punt van deze bergketen is Wagagai in Oeganda en ligt op 4.321 meter hoogte. Kenia heeft ook enkele toppen van boven de vier kilometer. Vanaf Kisumu is het ongeveer drie uur rijden. Na Kitale nemen we een zandpad naar de Chorlim Gate, de ingang van het park. Halverwege dit pad spotten we onze eerste wilde dieren als een mongoose paartje met rasse schreden de weg oversteekt.
Het uitgestrekte Mount Elgon reservaat wordt door veel toeristen ten onrechte over het hoofd gezien. Het zal wel met de afgelegen ligging te maken hebben. Een voordeel hiervan is dat je niet, zoals in Masai Mara of Serengeti bijvoorbeeld, op elke hoek een auto ziet staan. Sterker nog, ondanks de aanwezigheid van een BBC filmcrew zullen we het hele weekend geen enkele mzungu (westerling) zien. Heerlijk. Voorzichtig rollen we met de Pajero over een pad van rode klei het park in.
In de aanloop naar het bos wordt het landschap bepaald door sappig groen gras met struiken en hier en daar een boom. Bij een riviertje grazen vier waterbucks: een parmantig mannetje met zijn drie gehoorzame vrouwtjes. Ze vluchten pas als Paul naar ze gaat wijzen. Daar houden dieren namelijk helemaal niet van. Langzaam rijden we het dichtbegroeide bos binnen. Een schuwe kirk's dik dik, een kleine antilope, kiest ras het hazepad als wij in zicht komen. Een stukje verder slaat een roodbruine duiker, een iets grotere kleine antilope, voor ons op de vlucht. Als we het bochtje omdraaien komen we oog in oog te staan met een groepje van twintig bavianen dat midden op het pad zit. De apen kijken ons eerst nieuwsgierig aan, maar kiezen dan toch eieren voor hun geld. Ze verdwijnen met sneltreinvaart in de bomen. Tot nu toe wisten Bob en Dipesh de meeste dieren uitstekend te identificeren, maar de machine begint enigszins te haperen als steeds meer dieren onbenoemd de struiken in schieten. Met de wild life guides van The Lonely Planet en The Rough Guide op onze knieën trekken we verder. Geconcentreerd kijken we alle vier naar buiten. Het lijkt wel een militaire operatie. De kunst is om niet te wijzen als je iets ziet. "Colobus op elf uur", roept Paul. Aan onze linkerkant slingeren twee zwartwitte apen van tak naar tak.

We parkeren onze auto onder een grote boom en klimmen via een klein kronkelend bospaadje naar Kitum Cave. Op de rotsen voor de ingang van de grot liggen enkele dassies (hyrax) lui te zonnen. Het is moeilijk te geloven dat van alle dieren juist dit kleine diertje het dichts bij de olifant staat. Kitum Cave wordt overigens vaak in verband gebracht met het Marburg virus, het minder bekende maar even dodelijke broertje van Ebola. Een aantal jaren geleden bezochten twee Marburgslachtoffers vlak voor hun besmetting deze grot. Diepgaand onderzoek van de US Army's Infectious Diseases Unit in samenwerking met de Kenya Research Unit leverde echter geen enkele aanwijzing op voor de aanwezigheid van het virus. Ik voel me overigens nog steeds kiplekker en van Paul hoor ik ook nog geen klachten. De grot wordt door bewoond door duizenden vleermuizen. Ze worden bruut gewekt door het licht van onze zaklampen. In zwermen trekken ze boos over onze hoofden, wat een apocalyptisch gevoel geeft. Naast deze vleermuizen zijn olifanten en waterbuffels frequente bezoekers van de grot. Helaas zullen we ze tijdens deze trip niet zien. Wel kan er een vinkje achter: blue monkey, gouden jakhals, bushbuck, serval (een katachtige) en de kameleon.
Ai, zou ik toch bijna de white and black casqued hornbill vergeten.

8:45 AM
____________________
Keniase kippetjes
Woensdag, 15 januari 2003
We hebben een uitstekend onderkomen bij de gegoede Indiase familie Pabari. Een Indiase afkomst staat in Kenia gelijk aan handel en voorspoed. De Pabari's hebben een grote, mooi aangelegde tuin met daarin vier huisjes die ze verhuren aan buitenlandse toeristen en wetenschappers. Ook een zwembad ontbreekt uiteraard niet. Elke dag nemen we een verfrissende duik en houden zo onze conditie goed op peil. In de tuin dartelen loopeenden en kippen vrolijk in het rond.
Op de dag van aankomst ploffen we dodelijk vermoeid, als zandzakken op ons bed. Na enige tijd wordt ik gewekt door een ernstige hongerklop. We geven een eigen, westerse invulling aan het begrip struggle for food en gaan op verkenning uit. We slaan links af naar de Jomo Kenyatti Higway. Kenyatti was de eerste en zeer bescheiden president van Kenia en gaf het land maar gelijk zijn eigen familienaam mee. Het gedeelte waar we nu lopen is volledig uitgestorven en we besluiten de andere kant op te gaan. Na een tijdje gesjokt te hebben vinden we een car wash annex restaurant, een soort van Keniase Raststatte dus. Er is alleen maar kip en die bestellen we dus. Vervolgens begint het lange wachten. Geinteresseerd kijken we naar een auto die voor onze neus vakkundig wordt schoongespoten. Uiteindelijk wordt ons wachten beloond met de komst van een groot bord met daarop kip voor twee. Naast de gebruikelijke kippeonderdelen hebben ook de kop, klauwen en ingewanden (prullekes) een prominente plaats op de schaal gekregen. Als we later met volle buik het kippenhok passeren, lijkt het alsof de kippen nu iets meer ruimte hebben dan zo'n anderhalf uur geleden.
Gisteren hebben we voor het eerst enkele scholen bezocht die gesteund worden door Stichting Klaartje Derks en de Ladies In Action van mevrouw Pabari. De kinderen en schoolleiding zijn blij ons te zien: "may peace rest upon you under the wings of god!". Halleluia, fraai stukje missiewerk. De kinderen krijgen iedere dag voedsel uitgereikt middels het Uji Programma. Uji is een soort brintamix van mais, graan en water. Als het meezit wordt het water vervangen door melk. Deze mix is erg voedzaam en de kinderen lijden zo geen honger overdag. Naast deze voedselhulp wordt er verdere hulp geboden in de vorm van schooluniformen, kleding, lesmateriaal, tafels en stoelen. Een absolute voorwaarde is dat de gemeenschap zelf ook de handen uit de mouwen steekt door bijvoorbeeld de gebouwen op te knappen. Iets wat van zelfsprekend lijkt, maar lang niet altijd gebeurd. In de kleuterklas zitten 25 kinderen, waarvan er tien wees zijn. Bij een van de bezoeken krijgen we een levende kip als dank voor ons bezoek. Op de terugweg schijt het bange beestje de hele auto onder. Stank voor dank. Thuis wordt het kippetje in de tuin vrijgelaten. Jammer.
11:35 AM
____________________
Kisumu
Zondag, 12 januari 2003
De vlucht naar Kenia verloopt prima. We worden gewekt voor ontbijt als we boven Ethiopië vliegen. Terwijl ik zit te genieten van een croissant met smeerkaas zeg ik tegen Paul, "Weet je dat 10 km onder ons mensen verrekken van de honger?" Paul lacht een beetje ongemakkelijk en pakt zijn muffin. "Ik voel me eigenlijk zoals dit ding hier. Ik voel me een muffin.", zegt Paul. In Nairobi blijkt dat we een aansluitende vlucht naar Kisumu kunnen nemen. De wachttijd benutten we om alvast wat te wennen aan het lokale bier, Tusker. Op het geelzwarte etiket staat een fraaie olifant afgebeeld. Het verhaal gaat dat deze olifant de oprichter van de brouwerij gedood heeft. Een goede reden om daar dan je bier naar te vernoemen, besluiten we. Al na het eerste slokje Tusker zegt Paul dat hij het hier wel drie maanden volhouden kan. We vertrekken met een klein propellervliegtuigen, een Saab 340 voor de vliegtuignerds onder ons, naar Kisumu.

Kisumu ligt in het westen van Kenia, aan het Victoriameer. De stad zal onze basiskamp worden voor de komende maanden. Kisumu is de derde stad van Kenia en heeft iets minder dan 200.000 inwoners. Net als Nairobi is Kisumu ongeveer honderd jaar geleden uit de grond gestampt als gevolg van de aanleg van een spoorlijn tussen Mombasa en het Victoriameer. In de beginjaren heette het overigens Port Florence, genoemd naar de vrouw van de spoorwegdirecteur. Kisumu werd al snel een handelscentrum en maakte daardoor een sterke groei door. De per trein aangeleverde goederen werden vanuit hier over het Victoriameer vervoerd naar Oeganda en Tanzania, dat toen nog Tanganyika heette. Door het plotselinge uiteenvallen van de East Afrika Community in 1977 droogde de internationale handel op en verloor Kisumu haar bestaansrecht. Verval deed zijn intrede. Veel mensen raakten werkeloos en vertrokken naar elders. Tegenwoordig staat Kisumu te boek als meest ondervoede stad van Kenia, ondanks dat er voldoende voedsel aanwezig is. Het feit dat 45% van de bevolking het moet zien te rooien met minder dan $ 150 per jaar verklaart natuurlijk veel. Ook grijpt AIDS snel om zich heen en veroorzaakt een humanitaire en demografische ramp.
Ondanks al deze ellende is Kisumu toch een levendige stad, waar de klok een tijdje stil heeft gestaan. Het centrum is klein en overzichtelijk. In de witgeverfde gebouwen zijn vooral winkels, banken en horecagelegenheden gevestigd. Hoogbouw ontbreekt nagenoeg. De bevolking maakt een uiterst vriendelijke indruk en komt vaak zelfs een beetje verlegen over. De meeste mensen zijn drietalig. Ze beheersen Engels, Swahili en Luo. Communicatie levert dan ook praktisch geen problemen op, of het moet aan ons liggen.
Lake Victoria
Het Victoriameer is het op-een-na grootste zoetwatermeer ter wereld. Alleen het Bovenmeer - Lake Superior - in Noord Amerika is groter. Het Victoriameer meet bijna 68.000 m2, ongeveer zo groot als Nederland. De grenzen van Oeganda, Kenia en Tanzania verdelen het meer in drie stukken. Het Keniase gedeelte is met slechts 3.700 m2 het kleinst. Het meer werd in 1858 'ontdekt' door de Britse avonturier John Hanning Speke. Hij claimde dat hij de bron van de Nijl had gevonden hetgeen hem in Engeland slechts hoongelach opleverde. In 1875 bewees Stanley echter het gelijk van Speke, maar hij zou de rehabilitatie zelf niet meer meemaken. Speke kwam in 1874 bij een jachtongeluk om het leven toen zijn geweer ontplofte.
Het Victoriameer stond bekend om zijn unieke en zeer gevarieerde vispopulatie, maar het uitzetten van de nijlbaars in de zestiger jaren luidde een ecologische ramp in. Van de 320 verschillende haplochromines, een baarsachtige, bleven er uiteindelijk maar acht over. Het boek Darwins Hofvijver van Tijs Goldschmidt gaat hier dieper op in. Ook zorgt de niet inheemse waterhyacint voor grote problemen. De plant bedekt het Victoriameer met een groene tapijt, waardoor zonlicht er niet meer door kan. Boten hebben ook grote moeite om een weg te banen. Enkele veerdiensten, zoals naar Kampala in Oeganda, zijn inmiddels uitdienst genomen. Hier volgt een melding voor de scheepvaart: het veer Kisumu - Kampala vaart niet.
10:47 AM
____________________
Kou en panne
Dinsdag, 7 januari 2003
Peinzend kijk ik in de klerenkast: "wat trek ik aan vandaag?" Alhoewel mijn vraag een praktische insteek heeft, begrijp ik nu een klein beetje wat vrouwen elke dag moeten doorstaan. Het is begin januari. Binnenshuis is het goed toeven, maar buiten regeert koning vorst met harde hand en houdt Nederland in een ijzige greep. Ik haat kou. Zeker wanneer het gepaard gaat met een schrale oostenwind, zoals nu. Mensen maken in de winter ook altijd een somberder indruk dan in de zomer. Voor mij is dit gelukkig de laatste koude dag van deze winter. Vandaag vertrek ik voor twee maanden naar Kenia. Volgens de laatste meldingen schijnt in Nairobi een heerlijk zonnetje en tikt de temperatuur bijna de dertig graden aan. Ik schuif wat truien opzij en vraag me af wat ik in godsnaam aan moet trekken om onderweg naar Schiphol niet te bevriezen.
Een half jaar geleden informeerde Paul of ik zin had om met mee te gaan naar Kenia om rond te reizen en een steentje bij te dragen aan ontwikkelingshulp. Paul ken ik al jaren. Wij groeiden op in Wehl, een dorpje op de grens van de Liemers en de Achterhoek. Na enige omzwervingen kruisden onze paden elkaar weer in Utrecht. Paul werkte bij de jongerenorganisatie van de CNV. Een collega, Saskia, bracht hem in contact met Stichting Klaartje Derks voor Kisumu. Deze stichting is opgericht ter nagedachtenis van Saskia's zus Klaartje, die op 24-jarige leeftijd tragisch het leven liet bij een ongeluk in Utrecht. Tijdens haar studie Biologie was Klaartje een half jaar in het Keniase Kisumu voor onderzoek naar malaria. De armoede en ellende die ze daar aantrof maakten grote indruk op haar. Klaartje raakte zodoende steeds meer betrokken bij ontwikkelingsprojekten. Na haar dood besloot de familie Derks om het werk van Klaartje voort te zetten. De Stichting Klaartje Derks richt zich nu vooral op de scholing en opvang van weeskinderen. Paul had het plan opgevat om er even tussenuit te knijpen en wou de stichting wel een handje helpen. Toen Paul me vroeg mee te gaan werkte ik als optiehandelaar bij een effectenbank, maar had het daar niet echt meer naar mijn zin. Door de malaise in de financiële wereld en een volledig mislukte fusie verkeerde mijn werkgever in zwaar weer. Het bedrijf zat midden in een ingrijpende reorganisatie en een groot aantal werknemers werd op straat gezet. Ondanks dat mijn persoonlijke vooruitzichten niet echt rooskleurig genoemd konden worden, was mijn personeelspas nog steeds niet geblokkeerd. Het gebrek aan enig perspectief en uitdaging deed me besluiten om eieren voor mijn geld te kiezen. Ik nam ontslag en besloot naar Afrika te gaan. Het gaf me een goed gevoel om ook eens tijd te hebben voor een heel andere wereld. Een die ik amper ken. Maar ja, de keerzijde van de medaille is dat ik nu wel sta te ijsberen voor die klerenkast.
Ik moet opschieten om mijn tas in te pakken. Over een paar uur worden we naar Schiphol gebracht door Don. Ik kijk naar de besneeuwde straat en merk op dat er een briefje achter de ruitenwisser van mijn auto zit. "Het zal toch niet waar zijn", zucht ik en spoed naar beneden. Aan de voorkant van de auto is gelukkig niets te zien. Ik lees het briefje. Een buurman heeft gezien dat er iemand achterop mijn auto geknald is. De dader is vervolgens doorgereden, maar de buurman heeft zijn kenteken genoteerd. Ik loop naar de achterkant van de auto en zie dat de halve bumber er afligt evenals het rechterachterlicht. Ondanks mijn grote haast, kan ik nu eerst aangifte gaan doen bij het politiebureau Paardenveld. Balend loop ik het bureau binnen en trek nummertje 58. Het is druk. De teller springt op nummer 32. Dat kon er ook nog wel bij. "Het lijkt wel of ik de enige Nederlander in de rij ben", denk ik mistroostig. Ik kijk nog eens beter en zie tot mijn grote opluchting dat ik in de rij sta voor de vreemdelingenpolitie. Bij de receptie wordt ik gelukkig snel geholpen en binnen 30 minuten sta ik met proces verbaal weer buiten. Als de gesmeerde bliksem meld ik het voorval aan de verzekering en regel dat mijn auto gerepareerd wordt. Zo: op naar Kenia!
10:10 PM
____________________
|